Communicatieve en therapeutische vaardigheden

In de module Communicatieve en therapeutische basisvaardigheden komen alle PLATO-eindtermen bij elkaar die zich richten op gespreksvaardigheden en houdingsaspecten, die voor een therapeut van groot belang zijn, zoals bijvoorbeeld verbaal en non-verbaalgedrag, parafraseren, doorvragen, samenvatten, rapportvaardigheden en ook empathie, congruentie en acceptatie. Deze gespreksvaardigheden en de houdingsaspecten worden in deze module praktisch toegepast binnen het kader van de Cognitieve gedragstherapie.

Het is binnen de CGT belangrijk om goed zicht te krijgen op de problemen, hun onderlinge samenhang en de situaties waarin de problemen voorkomen. Dit wordt in een functie-analyse gedaan. Dat houdt in dat er een nauwkeurige analyse wordt gemaakt van specifiek gedrag in de specifieke context, met al datgene wat aan het gedrag vooraf gaat en wat er op volgt. Bij een cognitieve functie-analyse, de betekenis-analyse komen daar de zelfopvattingen en de cognitieve schema’s die iemand hanteert nog bij. Functie-analyse en betekenisanalyse dragen bij aan de individuele casusconceptualisatie. Een alternatief voor het ABCmodel is het G-schema, dat hetzelfde doel dient, namelijk gebeurtenis -gedachten – gevoelensgedrag- gevolgen in kaart te brengen. Een hulpverlenersgesprek dient een logische opbouw te hebben en ook een ontwikkeling na te streven die in drie fasen aan te duiden is: probleemverheldering, probleemnuancering en probleembehandeling.

Binnen de module communicatieve en therapeutische basisvaardigheden wordt uitgebreid aandacht besteed aan de PLATO-eindtermen Medische- en psychosociale basiskennis voor zorgverleners in de complementaire zorg. De module is dan ook onderdeel van onze opleiding psychosociale basiskennis.